slide

Rhinopneumonie; wees geinformeerd en neem uw maatregelen ter preventie

Regelmatig worden besmetting met het virus vastgesteld op pension- en fokkerijstallen. Schrik daar niet van, want dat gebeurt ieder jaar. De incubatietijd is vijf - veertien dagen en de kans groot is dat er nog meer dieren besmet raken, die pas de volgende week symptomen gaan vertonen.

De verspreidingskans van het virus over grotere afstanden is de afgelopen jaren toegenomen omdat de meeste paarden veel meer reizen dan vroeger. Handelspaarden gaan van stal naar stal, wedstrijdpaarden starten door het hele land, ruiters reizen met hun paarden kilometers ver voor passende instructie. Niemand die het in zijn hoofd haalt om met een ziek paard op pad te gaan, maar soms maakt een paard een besmetting door zonder noemenswaardige symptomen te tonen of bevindt zich in de fase van al wel besmet zijn maar nog niet ziek.

Herpesvirus

Wat is Rhino nu eigenlijk? De officiële naam is Rhinopneumonie en het is een herpesvirus. Een koortslip bij mensen is eveneens een herpesvirus. Van een koortslip is bekend dat deze regelmatig terugkomt en omdat iemand na een besmetting daarvan drager wordt.

Dat is bij Rhino niet anders, eenmaal een keer besmet dan blijft een paard drager en dus het virus sluimeren. Een drager hoeft zelf niet ziek te zijn, maar kan wel andere paarden besmetten. Rhino steekt de kop op bij verlaagde weerstand na bijvoorbeeld ziekte, door stress, vermoeidheid of een slechte conditie of zelfs door wisselende weersomstandigheden. Ook veel paarden in een kleine ruimte verhoogt de infectiedruk.

Volgens specialisten is in Nederland dertig tot veertig procent van de paarden drager van het Rhino-virus. Hoewel een herpesvirus redelijk besmettelijk is, legt het geen grote afstand door de lucht af. Het verspreidt zich voornamelijk middels direct en indirect contact op korte afstand. Dus onderling contact van paard naar paard of door virusdeeltjes die via snot of bijvoorbeeld het vruchtwater van een aborterende merrie verspreid worden. Het virus verspreiden kan ook via schoenen, kleding, kruiwagens, mestvorken en voerscheppen.

Rhino kent verschillende varianten: de verkoudheidsvorm, de neurologische en de abortusvorm. De eerste is het meest voorkomend. Symptomen kunnen zijn: een infectie aan de voorste luchtwegen, koorts, algemeen ziek zijn en dikke benen. Soms verloopt de infectie mild en wordt gezegd, dat er een verkoudheid door de stal gaat. De dierenarts wordt zelden ingeschakeld voor een milde verkoudheid en daarom verlopen sommige infecties ongemerkt. Terwijl juist de dierenarts het virus kan diagnosticeren middels een neusswab of een bloedonderzoek.

De neurologische variant zorgt voor het afsterven van de zenuwvezels in het ruggenmerg van het paard. Hierdoor krijgt het een verlamming aan de achterhand. De mate waarin is bepalend voor de herstelkans van het paard. In het meest ernstige geval kan een paard niet meer overeind komen of mesten, waarna het laten inslapen de enige optie is.

De derde variant is de abortusvorm onder de drachtige merries. De merrie verwerpt dan in de laatste maanden van haar dracht het veulen. De besmetting van de dragende merrie heeft al maanden eerder plaatsgevonden. Wel is het na een voortijdige geboorte van het veulen van het grootste belang te weten dat het geaborteerde materiaal uiterst besmettelijk is en dat alles waarmee het in aanraking is gekomen zorgvuldig moet worden ontsmet.

Het voor onderzoek aanbieden van de doodgeboren veulen aan de dierenarts of Gezondheidsdienst zorgt in ieder geval voor zekerheid voor wat betreft de oorzaak van het verwerpen en is dus aan te raden. Door het isoleren van zieke dieren, het ontsmetten van eventuele virushaarden en het zorgvuldig omgaan met kledij en schoeisel en andere materialen van 'besmette' stallen zal de infectie meestal binnen een aantal weken verdwenen zijn tot een volgende uitbraak.

Preventie

Als contact met pony's aan de orde is, wat kunt u doen om besmetting te voorkomen:

1. Beroepshalve bezoek op stal: wanneer mensen beroepshalve de pony's moeten zien (dierenarts, hoefsmid etc.) kun je vragen om een overall aan te doen. Het handigste zijn de "schilderoveralls" die bij de Praxis verkrijgbaar zijn. Deze kunnen over de werkkleren worden aangetrokken en belemmeren de bewegingsvrijheid niet. Zorg dat de draagschoentjes over de schoenen worden gedragen en laat vooraf de handen zorgvuldig wassen met warm water en afdrogen aan papier. Mochten de overschoentjes niet beschikbaar zijn, kan ook gewerkt worden met het ontsmetten van de schoenen in een ontsmettingsbak. Na het bezoek opnieuw de handen laten wassen.

2. Niet-beroepshalve bezoek van anderen: Laat bezoek bij voorkeur niet dichtbij de pony's komen en laat ze niet in de stal komen. De pony's kunnen ook vanaf eem afstand worden bewonderd (minstens 3 meter afstand bewaren). Laat het bezoek vooraf de handen wassen en de handen afdrogen aan een stuk papier. Het mooiste is om "schilderoveralls" en overschoentjes te gebruiken, of in ieder geval de schoenen ontsmetten. Na het bezoek opnieuw de handen laten wassen.

3. U gaat zelf op bezoek bij anderen: neem bovengenoemde maatregelen in acht en gebruik bij voorkeur een "schildersoverall" met overschoentjes. Zorg in ieder dat u bij het bezoek kleren draagt, die u thuis niet draagt en was zorgvuldig uiw handen. Let goed op, want van zieke dieren wordt niemand gelukkig.

Vanuit regelgeving is Rhinopneumonie niet meldingsplichtig en niet bestrijdingsplichtig; het wordt gezien als een bedrijfsziekte die door de eigenaar moet worden bestreden.